Algemene informatie.
Het gemeenteleven
van de Doopsgezinden (verspreid over de hele wereld en ook wel Menisten of
Mennonieten genoemd) wordt gekenmerkt door een zekere eenvoud. De kerkgebouwen
(vaak Vermaningen genoemd) zijn geen statige of pronkerige gebouwen. Enkele
eeuwen geleden moesten, als gevolg van de vele, wrede vervolgingen, de diensten
worden gehouden in de vorm van zgn. hagepreken in de buitenlucht, of in
schuilkerken, b.v. in pakhuizen. De toen gebruikte schuilkerken hadden nooit
een toren en ook vandaag de dag hebben vrijwel alle doopsgezinde kerken geen of
een heel lage toren. De diensten zijn niet deftig, maar doen eerder wat
huiselijk aan. Wel is er altijd een sterk gemeenschapsgevoel. De leden kennen
elkaar en dat geeft een sterke band.
Er wordt pas dan
iemand gedoopt, als hij /zij in het geloof
volwassen is; d.w.z. als hij/zij zelf bewust kiest om tot de gemeente te
willen behoren en daartoe dan een eigen belijdenis schrijft. Deze doop heet de
volwassen doop. Een kind kan dus niet worden gedoopt, maar kan tijdens een
dankdienst in het Kinderboek worden opgenomen.
De Doopsgezinden
wensen geen eed te zweren.
Immers: uw ja zij ja, en uw nee zij nee; al wat daar
bovenuit gaat is uit den boze.